Voor alle betrokkenen

Moet het rijbewijs op de schop deel 2

Onlangs heb ik naar aanleiding van bovengenoemde artikel in het ANWB huisblad de Kampioen al een eerste artikel geschreven. Deze kunt u hier lezen.
Het artikel in de Kampioen was echter te lang en bevat te veel informatie om in één keer te behandelen.
Daarom nu een vervolg.

In het artikel staat de volgende: “het CBR is het niet eens dat het halen van je rijbewijs steeds moeilijker wordt.
Daarnaast wordt wel erkend dat het verkeer complexer en drukker is geworden.
Ook is er de vaststelling dat mensen meer lessen nodig hebben om voldoende getraind te zijn in allerlei verkeerssituaties.
In die zin zou je kunnen zeggen dat het dus moeilijker is geworden om je rijbewijs te halen. Maar daar wil het CBR niet aan”.

Het valt op dat het woord getraind in het artikel benoemd wordt.
Getraind worden houdt in dat je door oefening tot iets in staat bent, maar of je het begrijpt?
Dit doet naar mijn overtuiging een totale afbreuk aan de rijlessen.
Rijlessen zijn meer dan getraind worden.
Als je het woord trainen gebruikt, dan spreken we over het aanleren van een techniek. Dit bestaat uit een handeling of beweging. Het doel is om het zo optimaal, snel, mooi of efficiënt te kunnen uitvoeren.

Er is erkenning dat het verkeer complexer en drukker is geworden.
Ook is er vastgesteld dat er meer rijlessen nodig zijn.
‘In die zin zou je kunnen zeggen dat het moeilijker is geworden.’

Er wordt dus een verband gelegd tussen complexer en drukker wordend verkeer en meer rijlessen.
De uitkomst is dat het moeilijker is geworden. Het woord moeilijk is een samenvatting van ingewikkeld en uit veel onderdelen bestaand iets.
Daarnaast is er tijd en geduld voor nodig om het te leren.

Dan komt het CBR met een draai: ‘Het rijexamen is net zo moeilijk als vroeger. Als je je goed voorbereidt en je inschrijft bij een kwalitatief goede rijschool heb je niets te vrezen.’
Deze stellingname bevestigd de ANWB Rijopleiding.

Maar wat is een kwalitatief goede rijschool?
Het slagingspercentage kan nooit leidend zijn. Een slagingspercentage zou pas leidend kunnen worden, als alle examenaanvragen via de rijschool gaan en dat is niet het geval.
Daarnaast zou het slagingspercentage ook onafhankelijk moeten worden vastgesteld. Nu doet het CBR dat zelf, waardoor het slagingspercentage een percentage is van het CBR en niet van de rijschool.
Als het CBR stelt dat je met een percentage van 50% goed zit, kun je daar denk ik heel veel tegenin brengen.
Dat blijkt ook wel uit een reactie op de vraag wat het verband is tussen het slagingspercentage van 50% en dat je dan goed zou zitten.
Het CBR antwoord daarop, dat het in overleg met rijschoolbranche is gebeurd.
Let op het vervolg: dan kun je in ieder geval zeggen dat minstens de helft van alle leerlingen slaagt.
Daarmee hoor je dan bij ‘de betere helft’ van alle rijscholen uitgaande van het landelijke slagingspercentage van 50%.’
Deze motivering klopt niet want:
1.
Het slagingspercentage is niet van de rijscholen zelf, maar een percentage van het CBR.
2.
Hoe groter een rijschool hoe lager het slagingspercentage kan zijn.
Hoe kleiner een rijschool hoe hoger het slagingspercentage kan zijn.
Dit kan natuurlijk ook variëren.
Daarnaast heb je nog diverse oorzaken waarom een slagingspercentage laag of hoog kan zijn.
3.
Wil je een objectief beeld met betrekking tot slagingspercentages dan zul je één lijn moeten volgen.
Als 50% van de leerlingen het de rijschool laat doen en 50% vraagt het zelf aan, dan draagt dit niet bij tot een goed beeld.
In dit geval kan het theoretisch zo zijn het percentage van de rijschool op 0 staat terwijl 50% gewoon geslaagd is. Alleen deze 50% heeft het zelf aangevraagd.

Je kunt dus de conclusie wel trekken, dat een slagingspercentage op zijn hoogst een kleine indicatie of indruk kan zijn.
Leerlingen kunnen voordat ze starten vragen waarom deze is zoals hij is en dan een beslissing maken.

 

 

 

 

Dato Kolk
Redacteur