Geen categorie

Rij-Instructie vloek of zegen

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de inwoners, met name de potentiële rijbewijsleerlingen zijn zich bewust van het feit dat de manier van lesgeven, directe instructie een achterhaalde en verkeersonveilige manier van lesgeven is. Als extra, het gaat hier om de opleiding richting het rijbewijs, niet om personen. Alle rijinstructeurs, voeren uit naar eer en geweten uit, wat hun tijdens de instructeursopleiding geleerd is.
Hieronder zal ik het uitleggen.

Gedrag
Het leren autorijden heeft te maken met gedrag. Wat je als instructeur wil bereiken, is verkeersveilig gedrag van de beginnende bestuurder. Verkeersgedrag wordt door leerlingen geleerd aan de hand van voorbeeld gedrag. Voorbeeld gedrag beperkt zich niet alleen tot de rijinstructeur waar je les van hebt of krijgt. Ook door invloed vanuit je omgeving leer je bewust en onbewust. Deze invloeden kunnen zowel positief als negatief zijn. Door invloed vanuit je omgeving heb je ook aangeleerd gedrag ontwikkeld op basis van vier elementen. Deze zijn: Voorbeeld gedrag, meegekregen non-verbale en verbale boodschappen, opgedane ervaringen en gewaardeerd en afgekeurd gedrag. We hebben patronen van denken, voelen en handelen ontwikkeld. Dit zijn gewoontepatronen. Deze patronen zijn in ons brein opgeslagen. We herhalen ze onbewust.  (Dit geldt ook voor de doen – denken methode).

Oorzaak veel ongevallen
Bij ongevallen op de openbare weg, is in bijna alle gevallen de oorzaak te wijten aan een eigen rijstijl en bijhorende gedragingen. Daarnaast is er een gebrek aan alertheid en het niet weten wat de verwachtingen zijn van elkaar. (voorspelbaar zijn voor je medeweggebruikers). Deze verwachtingen in zijn totaliteit anders dan andere weggebruikers in hun hoofd hebben. Concreet de taal van de weg die voor iedereen hetzelfde hoort te zijn bestaat niet meer. Daarmee is onder andere het voorspellen in een ander daglicht komen te staan. Want wanneer voorspel je goed? Sterker nog, kun je nog wel voorspellen (één van de verkeerstaken) in het verkeer of wacht je af tot de weg veilig is om door te rijden. (Deze optie zie ik heel vaak op de weg).

Hoe leer je alertheid aan je leerling
Alertheid is niet te leren door (bewust) leerlingen fouten te laten maken en daarop als instructeur te reageren. Het brein leert niet automatisch. Iets wat niet gezien is in het verkeer is ook niets van te leren. Het verstand van een leerling zal wel het verhaal van de rijinstructeur willen begrijpen, maar zal na bevestiging van rijbekwaamheid (slagen voor het rijbewijs) veel van de geleerde lesstof weer vergeten. Door deze (omgekeerde) volgorde zal het brein van de mens “het nadenken” afzonderen van “het doen”. Dit betekent voor het oplossen van verkeerssituaties, dat bestuurders niet weten wat ze in veel gevallen moeten doen en de persoonlijke kennis over het verkeer niet wordt benut. Daardoor lijkt het, dat in heel veel gevallen kennis over verkeersregels niet aanwezig is. In de praktijk heeft dit tot gevolg dat er 2 bestuurders foutieve beslissingen nemen op basis van (foutieve) verwachtingen (vanuit de verkeerstaak voorspellen) waar dus aanrijdingen uit voort (kunnen) komen.

Alertheid
Alertheid en verwachtingen in het verkeer zijn elementair nodig om rijervaring op te bouwen en het persoonlijke rijniveau te ontwikkelen. Gebeurt dit niet of heel minimaal dan zal gedrag in het verkeer over gaan tot een individuele rijstijl.

Doen
Een ander extreem belangrijk punt is: Als “doen” als eerste voorop wordt gesteld, gaat alertheid in het verkeer verloren. Heel kort gezegd: Je rijdt eerst tegen een boom aan en beseft dan dat dit niet kan.

Volgorde eerst doen dan nadenken
Door de volgorde eerst doen en daarna denken filtert het brein de logica van kennis over de rijtaak en verkeerstaak. Deze eerst doen en daarna nadenken methode is ontstaan uit de directe instructie methode. Het achteraf feedback geven over iets wat al gebeurt is tijdens de rijles, versterkt dit. Feedback geven over een gepasseerde situatie tijdens de rijles, is grootst mogelijke onzin en draagt niets bij aan het leerproces en al zeker niet aan de leerontwikkeling van de leerling in de auto. Sterker het leidt af en maakt de leerling onzeker. Daarnaast geeft het op termijn een onveilig gevoel van de leerling richting de instructeur. Dat wil je als instructeur zeker niet hebben.

Kennisoverdracht
De manier van lesgeven in de lesauto, bepaald de kennisopname tijdens het leren. Hierbij is niet het  resultaat van belang, maar het leerrendement wat waarde geeft aan het (toekomstig) resultaat. Leerrendement: welke kennis heeft de instructeur en welke overdracht naar leerling is op lange termijn zichtbaar. Hiermee bedoelen we, wat is het (aangeleerd) verkeersgedrag van de leerling naar het behalen van het rijbewijs. Conformeert hij/zij zich aan geldende verkeersregels en worden deze regels begrepen. Er wordt aangenomen dat kennisoverdracht de basis is voor het onthouden van lesstof door de leerling. Dit blijkt helemaal niet waar te zijn. Bij het overdragen van kennis is de stijl van het lesgeven bepalend tijdens de ontwikkeling van het leren autorijden. De mens, dus iedereen, verwerkt kennisopname/ overdracht in (toekomstig) gedrag, of een variatie daarop.

Gewaarwording
Het is bekent dat de mens veel leert op basis van gewaarwording. Het wordt zelfs aangeraden om kennis via de weg van gewaarwording coachend over te dragen.
Gedragswetenschappers die theoretisch (bij elkaar) verzamelde informatie onderzoeken en  analyseren, trekken vanuit analyses de conclusie dat het leren met behulp van gewaarwording de beste manier is om rijles te geven en te krijgen. Nog even concreet: als jij als leerling iets gewaar bent geworden, ga jij de conclusie trekken of het wel of niet kan. Dat het goed of fout is.
Dit betekent niet dat in alle gevallen, bij alle leerlingen gewaarwording als basismodel gebruikt moet worden. En zeker niet via gewaarwording kennisoverdracht stimuleren.
Naar aanleiding van gewaarwording, kennisoverdracht geven is een cocktail voor veel dingen missen. Je komt met veel (verkeers)situaties niet in aanraking tijdens een beperkt aantal rijlessen. Het brein is tijdens het leren, op meerdere raakvlakken in proces. Een leerling prikkelen om via gewaarwording te leren houdt in, dat het brein bezig is om eerst “te doen” en daarna “te denken” te programmeren. Deze volgorde wordt procesmatig in het brein opgeslagen.
Nadat het geautomatiseerd is, door veel herhalen, gaat het ook later, als er zelfstandig gereden wordt, toegepast en uitgevoerd met alle gevolgen van dien.

 

 

Dato Kolk
Redacteur