Voor ouder of verzorger Voor rijbewijshouders

Inhalen

Als je tijdens het autorijden oplettend bent en je hebt enige kennis van de verkeersregels en hoe je moet handelen, zie je acties, waarvan je denkt, hoe kan dit.
Ik zal een voorbeeld noemen wat iedereen wel zal herkennen en vaak te zien is.  Jij rijdt op de autosnelweg op de linkerbaan met 110 km per uur op de teller.
Je hebt al een (aantal) voertuig(en) ingehaald en wil nog één inhalen. Op dat moment denkt de bestuurder die jij wil gaan inhalen dat hij/zij het voertuig wat voor hem rijdt te moeten gaan inhalen. Het knipperlicht gaat uit en er wordt opgeschoven naar de linkerbaan. Maar als jij al met een snelheid aan komt rijden en bijna deze wil gaan inhalen, zul je wel heel snel moeten reageren om een aanrijding te voorkomen.

Wat gebeurt er op het moment dat deze situatie zich voordoet.
Jij maakt je als (onverwachts) inhalende bestuurder afhankelijk van andere weggebruikers.
De vrije ruimte van de andere bestuurders wordt beperkt.
Jij kunt gevaar en hinder veroorzaken voor de andere bestuurders die al op het weggedeelte aanwezig zijn en een verhoogde snelheid hebben vanwege het inhalen.
De vrije doorgang van de andere weggebruikers is belemmerd.
Er wordt gevaar en hinder veroorzaakt voor andere weggebruikers.

Wat is er geleerd tijdens de rijlessen?

Tijdens de rijlessen en met name die gaan over dit deel van de rijopleiding, wordt je geleerd dat:
Als je wil gaan inhalen, jij al het verkeer wat al aan het inhalen is en jouw ook voorbij wil, voor moet laten gaan. Dit is een verplichting.

Hoe gaat het in de praktijk fout?
Als jij wil gaan inhalen, doe jij niet je knipperlicht aan en ga je gelijk naar links opschuiven waar al verkeer rijdt. Als dat verkeer op jouw moet reageren doormiddel van  remmen en/of uitwijken, dan heb jij minimaal 4 fouten gemaakt.
De eerste:
je hebt niet de juiste kijktechniek toegepast. Dus niet opgelet op het achteropkomende verkeer.
De tweede:
Jij schat de snelheid van de achteropkomende verkeer totaal verkeerd in.
Hierdoor moet het achteropkomend verkeer op de rem vanwege jouw foutieve inschatting.
Deze overtreding valt onder artikel 5 van de WegenVerkeersWet. Het gaat hier om het veroorzaken van gevaar en hinder voor het al het overige verkeer, of het kunnen veroorzaken van gevaar en hinder.
De derde:
Je eigen snelheid is niet aangepast aan de snelheid van de naast gelegen rijbaan. Hierdoor veroorzaak jij gevaar en hinder voor het overige verkeer.
De vierde:
Je veroorzaakt onnodig rem acties bij de andere weggebruikers. Onnodig remmen is niet toegestaan.

Praktijk:
In de praktijk zie je met een grote regelmaat dat er inhaalacties plaatsvinden die niet voldoen aan het verkeersveilig inhalen.
Het inhalen doe je vlot en snel als verkeersveilig mogelijk is.
Concreet vertaald zich dat naar het volgende: Jij wil een langzaam rijdende voertuig voor je inhalen. Voordat jij gaat inhalen verhoog jij je snelheid, zodat je vlot, snel en verkeersveilig kunt gaan inhalen.
Wat je niet doet is met de maximum snelheid of lager een inhaalactie uitvoeren. Hiermee kom je terecht in het gevaar of hinder kunnen veroorzaken of gevaar en hinder veroorzaken.

Je zult bij het inhalen er voor moeten zorgen dat het niet lang duurt.
Het is een voorwaarde en belangrijk dat jij voorspelbaar blijft voor de andere weggebruikers. Jij zult hen een veilig gevoel moeten geven.
Neem als je hebt ingehaald zo snel mogelijk je eigen positie (meeste gevallen uiterst rechts) op de weg in.
Je neemt zo je verantwoordelijkheid voor jezelf en anderen.

Let bij het inhalen en voorbijgaan op het volgende:
– De totale situatie van de weg.

– Kan ik snelheid maken om het inhalen en voorbijgaan snel uit te voeren.
– Hoe overzichtelijk is de weg
– De beschikbare ruimte in verband met onder andere het andere verkeer
– De snelheid van de in te halen weggebruiker

Verkeersveiligheidsprocedure
De verkeersveiligheidsprocedure heeft de volgende voorwaarden:  

Het moet als normaal worden gezien dat bij het inhalen op de linkerbaan gereden wordt.
Dat jij het verkeer wat daar rijdt voorlaat.
Dat de achteropkomende bestuurders die jouw inhalen voorgelaten worden voordat jij kunt en mag gaan inhalen. 
Als jij van rijstrook gaat wisselen geldt, om al het andere verkeer voor te laten gaan wat al op die rijstrook rijdt.
Daar moet ook je kijktechniek op zijn afgestemd.

Een vrijbrief voor eigen verkeersregels
Als je eigen ideeën gaat toepassen en bijvoorbeeld gaat inhalen wanneer het jouw uitkomt en geen rekening met andere weggebruikers houdt, kom je heel snel uit bij artikel 5 van de wegenverkeerswet 1994.
Letterlijk staat hier “Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar en hinder op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd”.
Het is een heel dun lijntje waar je op balanceert.
Je medeweggebruikers bepalen voor jouw wanneer jij gevaar en hinder veroorzaakt.
Dit is te zien aan hun reactie op jou manier van rijden.  
Hiervan maakt de politie een proces verbaal op.
Is er een ongeval veroorzaakt door het inhalen, beland je bij artikel 6 van de wegenverkeerswet 1994.
Om een korte uitleg te geven over artikel 6: Dit artikel valt in twee delen uitéén.
Het gaat hier om verwijtbaar gedrag en daarnaast het veroorzaken van ernstig letsel tijdens een ongeval, of het veroorzaken van een dodelijke aanrijding.
Hierover heb ik een artikel geschreven wat je hier kunt lezen.
Wat valt er onder andere onder het gedeelte verwijtbaar?
Verwijtbaar is:
Als jij zo een kruising oprijdt.
Tijdens een autorit een telefoon gebruiken of appen en een aanrijding veroorzaken.
Het met een hoge snelheid rijden.

 

Dato Kolk
Redacteur